Bedrijven kunnen vandaag nog flink wat vooruitgang boeken in de preventie van arbeidsongevallen. Dan moeten ze wel meer aandacht schenken aan de psychosociale risicofactoren en het veiligheidsklimaat. Dat zeggen de professoren Hansez (ULG) en Braeckman (UGent).

De afgelopen decennia is de preventie van arbeidsongevallen in ondernemingen geëvolueerd. Van veiligere machines over aandacht voor opleiding en motivatie tot ergonomische maatregelen en onderzoek naar menselijke fouten. Maar met meer inzet op psychosociale risicofactoren kan het nog beter.

Volgens diverse studies beïnvloeden vier soorten psychosociale factoren de veiligheid op het werk:

  • de belasting (werk- en tijdsdruk, pesterijen…);
  • de hulpmiddelen (management, veiligheidsmaatregelen, autonomie…);
  • de individuele kenmerken (motivatie, angst, tevredenheid, veiligheidsgedrag…);
  • de organisatorische kenmerken (veiligheidsklimaat).

In Denemarken registreren bedrijven de psychosociale factoren die een rol spelen bij een arbeidsongeval. Ze vermelden het vaakst gespannen relaties met collega’s of leidinggevenden, pesten, werk- of tijdsdruk, beangstigende gebeurtenissen, te veel werkuren en een gebrek aan autonomie.

Psychosociale risicofactoren zijn versterkers van arbeidsongevallen

De oorzaak van een arbeidsongeval is haast altijd te wijten aan verschillende factoren. Ook psychosociale aspecten spelen een belangrijke rol. Al zijn ze zijn zelden of nooit de voornaamste of rechtstreekse oorzaak. Ze zijn eerder een versterker.

In ons land krijgen psychosociale factoren bij de registratie van arbeidsongevallen nauwelijks aandacht. De registraties vermelden vooral direct aantoonbare feiten. Toch hebben ook psychosociale factoren een invloed.

Hansez en Braeckman lieten voor 100 ongevallen een vragenlijst invullen. Ze peilden daarbij ook naar de psychosociale risico’s. Per ongeval worden gemiddeld zes psychosociale factoren genoemd. Volgende psychosociale factoren spelen een rol:

  • geen passende instructies (21%), geen opleiding (30%), tegenstrijdige instructies (5%);
  • geen autonomie (14%);
  • werknemer onderbroken of vertraagd (15%) of afgeleid (9%);
  • slaaptekort, alcohol- of gevoelsmatige problemen (11%) of concentratieproblemen (17%);
  • tijdsdruk (13%);
  • hoge moeilijkheidsgraad (12%);
  • hoge emotionele belasting (11%);
  • ploeg recent aangepast (18%);
  • meerdere beroepsactiviteiten (11%);
  • werkomgeving niet veilig (17%) of gebrek aan veiligheidsopleidingen (10%);
  • management of organisatie (7%).

Psychosociale risicofactoren systematisch registreren heeft preventief effect

De onderzoekers pleiten ervoor psychosociale factoren bij elk arbeidsongeval te registreren met een vragenlijst. De preventieadviseur veiligheid is hiervoor best geplaatst. De vragenlijst helpt de psychosociale factoren te objectiveren. Bovendien heeft aandacht voor psychosociale risico’s een preventief effect en zorgt het voor meer bewustmaking, verspreiding van informatie en sensibilisering. Met als resultaat minder arbeidsongevallen.

Meer informatie over het onderzoek en de vragenlijst rond psychosociale factoren bij een ongeval is te vinden op www.werk.belgie.be