Op 1 december 2016 trad het KB in werking dat de re-integratie van langdurig zieken op de werkvloer moet vergemakkelijken. Test je kennis over de nieuwe regeling aan de hand van onderstaande vragen.

  1. De bedrijfsarts moet bij zijn beslissing over het re-integratietraject rekening houden met de mogelijkheden om het werk op de werkvloer aan te passen.
    Ja. Anders heeft een beslissing om het werk te hervatten mits aanpassingen, geen zin.
    Neen. Alleen de werkgever weet of aanpassingen op de werkvloer mogelijk en haalbaar zijn.
  2. Mijn werknemer is al ziek sinds augustus 2015. Ik zie in mijn bedrijf wel mogelijkheden om hem met aangepast werk te laten terugkeren. Ik vraag de bedrijfsarts om een re-integratietraject te starten.
    Ja. Dat is een goed idee. De regering wil zo veel mogelijk langdurig zieken sneller weer aan het werk krijgen. Sinds 1 januari 2017 ben je verplicht een re-integratietraject te starten.
    Neen. Je mag voor werknemers die al sinds vroeger dan 1 januari 2016 arbeidsongeschikt zijn geen re-integratietraject starten.
  3. Werkgevers die niet zorgen voor aangepast werk, wanneer de bedrijfsarts dit voorschrijft, krijgen een boete van 800 euro.
    Ja. De regering heeft op 31 maart beslist om werkgevers en werknemers te responsabiliseren met boetes als ze de nieuwe re-integratiewet niet toepassen. Zodra de nieuwe regeling in het Staatsblad verschijnt, treedt ze in werking.
    Neen. Werkgevers die motiveren waarom ze de werknemer geen aangepast werk kunnen geven, zullen geen boete krijgen.
  4. Een werknemer die een arbeidsongeval had, kan niet vragen om een re-integratietraject op te starten.
    Ja. De nieuwe re-integratieregeling sluit arbeidsongeschikten door een beroepsziekte of arbeidsongeval uit.
    Neen. De arbeidsongeschikte werknemer kan altijd vragen om een re-integratietraject op te starten.
  5. Wie werkloos is, kan ook een re-integratietraject aanvragen.
    Ja. Een werkloze kan een re-integratietraject aanvragen. De VDAB stelt dan het re-integratieplan op.
    Neen. Een werkloze heeft geen werkgever (meer) om een re-integratieplan op te stellen.
  6. Zowel de arbeidsongeschikte werknemer, de werkgever als de bedrijfsarts kunnen een re-integratietraject starten.
    Ja. Werknemer, werkgever en bedrijfsarts kennen het bedrijf goed en weten dus of re-integratie een kans maakt.
    Neen. De bedrijfsarts neemt de beslissing over het re-integratietraject.
  7. Met de nieuwe regeling kan de arbeidsongeschikte werknemer, waarvoor de bedrijfsarts aangepast werk adviseert, het werk ook deeltijds hervatten.
    Ja. Aangepast werk kan ook betekenen dat de werknemer in een deeltijds regime het werk hervat.
    Neen. Als de werknemer deeltijds wil werken, moet hij tijdskrediet opnemen.
  8. Als een werknemer ander werk krijgt, moet er een nieuwe arbeidsovereenkomst afgesloten worden.
    Ja. Als de werknemer ander werk krijgt of volgens een ander arbeidsregime werkt, moet er een nieuwe arbeidsovereenkomst afgesloten worden.
    Neen. De lopende arbeidsovereenkomst blijft van kracht, anders zou de werknemer zijn anciënniteitsvoordelen verliezen.
  9. De werknemer die het werk hervat, behoudt zijn loon.
    Ja. De werknemer behoudt zijn loon maar pro rata het aantal gewerkte uren.
    Neen. De werknemer ontvangt een loon aangepast aan het werk dat hij doet en de uren die hij presteert.
  10. De werknemer met aangepast werk die hervalt, heeft opnieuw recht op een gewaarborgd maandloon.
    Ja. De werkgever betaalt de eerste maand loon, daarna ontvangt hij een ziekte-uitkering.
    Neen. De arbeidsongeschikte werknemer valt meteen terug in het systeem van ziekte-uitkeringen.

 

Meer informatie

Je vindt de nieuwe regeling voor re-integratie van langdurig zieken op de website van de federale overheid.

 

Bekijk de antwoorden

1. Neen – 2. Neen – 3. Neen – 4. Ja – 5. Ja – 6. Neen – 7. Ja – 8. Neen – 9. Neen – 10. Neen